تيمو شميتز: أربعة وعشرون ( ٢٤) لغز

12

ألف عالم يتدفق ويتفرق

من يعلم أين تأخذنا أشعة الشمس، لذةةفي

كل نفس وفكر،حر

تعاطف، تبريكات، ظريف و ودود

بإمكانكم نسخ هذه الفقرة في بروفايلاتكم ، الطوابع البريدية ، و صور فوتوغرافية ، لكن بإضافة اسمي عليها “تيمو شميتز” ككاتب

English original: Timo Schmitz. 24 Riddles. 28 March 2016.

Timo Schmitz’ 24 Riddles should be accesible to everyone, therefore feel free to copy this riddle on post cards, blog entries, pictures (landscapes only), social networks, but whereever you copy them, please credit my name (Timo Schmitz) as authorship. Avoid chain mails! (Read the full license in the original English version.)

تيمو شميتز: أربعة وعشرون ( ٢٤) لغز

10

الشمس تحيي عديدا من الكائنات، لا نرى

شيئا، إذا لم نستنشق لا نعطي شيئا، إذا لم

نستنثر، دوما في برد قارس أو حر

بإمكانكم نسخ هذه الفقرة في بروفايلاتكم ، الطوابع البريدية ، و صور فوتوغرافية ، لكن بإضافة اسمي عليها “تيمو شميتز” ككاتب

English original: Timo Schmitz: 24 Riddles. 28 March 2016.

Timo Schmitz’ 24 Riddles should be accesible to everyone, therefore feel free to copy this riddle on post cards, blog entries, pictures (landscapes only), social networks, but whereever you copy them, please credit my name (Timo Schmitz) as authorship. Avoid chain mails! (Read the full license in the original English version.)

تيمو شميتز: أربعة وعشرون ( ٢٤) لغز

11

يكون شيئ بداخلنا؟ لو في شيئ من فوق أو من تحت، لم لا شديد

تصبح الطبيعة والبشرية متكونة من طاقة

واحدة، لتتوحد في الكون- أينما أمكن ذلك

بإمكانكم نسخ هذه الفقرة في بروفايلاتكم ، الطوابع البريدية ، و صور فوتوغرافية ، لكن بإضافة اسمي عليها “تيمو شميتز” ككاتب

English original: Timo Schmitz. 24 Riddles. 28 March 2016.

Timo Schmitz’ 24 Riddles should be accesible to everyone, therefore feel free to copy this riddle on post cards, blog entries, pictures (landscapes only), social networks, but whereever you copy them, please credit my name (Timo Schmitz) as authorship. Avoid chain mails! (Read the full license in the original English version.)

Timo Schmitz: “Two weeks” (2013)

So much time we have spent together, and it is you about who I care,

All these moments, all my thoughts and feelings, everything, I share,

And yet we still have our own lives and plans,

And every moment with you, as sweet as the flans.

And so, for two weeks, you gonna go the way on your own, it’s okay,

But those days will feel so far, after those two weeks, what will we say?

And from now I know I gonna miss you, how about you? Thoughtless.

And I want these days again, hold you in my arms, and just caress.

Can there be more, and if yes, do I really want it from my heart,

I know, there is no future forever, one day we’ll surely break apart,

And I really don’t want to hurt you, you know, I am always honest,

And you know, I care about your feelings, for you I just want the best.

Adopted from: Schmitz, Timo. Treaure in my mind. Berlin, 2013.

De driedelige ziel en het goede bij Platoon

Geschreven door Timo Schmitz. Vertaald uit het Frans. Originele titel: La République et l’âme tripartite chez Platon : Découvrir le Bien (16 août 2018).

In de Politeia creëerde Platoon een stadstaat (polis) als allegorie van de ziel. Daarom is dit werk niet politiek, maar spiritueel. Platoon wilde eigenlijk niet spreken van een staatsorde, maar van de ziel, maar de ziel is te ingewikkeld en abstract. Daarom koos Platoon niet voor een dorp, maar voor een stad, omdat een stad groter en complexer is en het beter is om de natuur van de ziel uit te leggen1. Het hoogste principe in de ziel is de rede (λογιστικόν): “Het heeft zijn zetel in het hoofd. Dit is het rationele of hegemonische principe”2. Het tweede deel is het hart (θυμοειδές) dat wordt beschreven en wordt geassocieerd met moed.3 Het derde dee is zijn begeerten (ἐπιθυμητικόν) en dus de verlangens.4 De drie delen samen maak volgen s Platoon de drieledige ziel van de mens.5 Platoons staat heeft drie niveaus: de filosoof-koning, de bewakers en het volk. De filosofen-koningen zijn de reden, de bewakers zijn het moedig intellect en de mensen zijn het verlangen.6 Het is belangrijk om te begrijpen dat de drie delen van de ziel een eenheid moeten vormen en dit is alleen mogelijk als twee delen zich verenigen, wat daarom zet een andere partij in de minderheid. Dus de rede kan zich verenigen met het intellect of het intellect kan zich verenigen met verlangens. Voor de eenheid kunnen de drie partijen zijn misschien ontgoocheld.7 Het proces is bekend als matigheid. Eenheid komt voort uit diversiteit – dus diversiteit is tegengesteld aan eenheid.8

Maar de Politeia gaat niet alleen over de ziel, maar ook over rechtvaardigheid. Platoon spreekt van een rechtvaardig man die te rechtvaardig is en de heiligen houden van hem omdat hij zo rechtvaardig is. Maar dat is alleen aan de buitenkant. Van binnen is hij onrechtvaardig en verbergt hij zijn onrecht. Platoon spreekt ook van een onrechtvaardige man, hij is te onrechtvaardig en de heiligen mogen hem helemaal niet, maar Platoon merkt dat deze onrechtvaardige man de man is die werkelijk rechtvaardig is.9 Voor Plato is gerechtigheid heel belangrijk – een rechtvaardige heeft een rechtvaardige ziel, een onrechtvaardige man heeft een onrechtvaardige ziel – een ziel die onrechtvaardig is, is ziek. 10 En rechtvaardigheid is wanneer je doet wat je moet doen. Als de autoriteit te zwak is, is het problematisch, dan moet de autoriteit sterk zijn, maar als de dokter sterk is en de zieken niet helpt, is het niet rechtvaardig. We kunnen dus niet zeggen dat gerechtigheid het recht is van de sterken of de zwakken, het hangt van de situatie af. Maar als we ons op dit moment gedragen zoals we zouden moeten, zijn we rechtvaardig.11

Gerechtigheid houdt zich bezig met de ziel, maar de kwel van de ziel is nog niet verklaard. Wie is de maker? In de Politeia spreekt Platoon van het “Goed”. Het goede is goed in zijn natuur en alles wat in deze wereld wordt gecreëerd, komt van het goede en is daarom ook goed. Het goede is de ware natuur van de werkelijkheid en alles wat slecht is, is een misvatting over de ware natuur en daarom een ​​’leugen’. 12 Het goede is een puur bewustzijn dat bestaat in de wereld van ideeën. Het is in deze wereld dat de perfecte vormen worden gevonden. Men moet het woord ‘idee’ begrijpen – een idee is geen mentaal concept zoals we dat nu kennen, maar oorspronkelijk is het een vorm of de ware natuur 13 die in de mentaliteit wordt gevonden, maar alleen met de deelname van een ding. Er is dus een ideaal en alles wat bestaat maakt deel uit van het ideaal, maar de dingen zijn op zichzelf niet ideaal. Wanneer het goede in zijn wereld bestaat, hebben we een manifestatie van het goede in onze wereld nodig en dat is het idee van het goede, dat een onvolmaakte kopie van het goede is.14 Het concept daarachter is eenvoudiger dan men geloof het: als ik wil koken, ik heb een plan van wat ik wil koken, dan is mijn plan in mijn hoofd perfect, maar wat ik in de praktijk doe is niet perfect zoals mijn plan. Dus goed is perfect – maar de manifestatie in deze wereld is een kopie van het goede en daarom onvolmaakt. En waar is het goede? Het goede is gelijk aan de zon.15

Plotin probeerde een oplossing te vinden om het ene te bereiken16 en sjamanistische tradities willen ook een route vinden naar de grenzen tussen onze wereld en de geestenwereld17. Natuurlijk kan men stellen dat het medium de geesten zelf niet aanraakt, maar dat het toch een manifestatie is van de idee van deze geest als mentaal beeld.18 Als dit waar is, is het verband tussen de natuur van de werkelijkheid en het medium niet echt de natuur van de werkelijkheid, maar slechts een “beeld”. Als men de ware natuur niet kan aanraken, raakt men nooit de werkelijkheid aan en omdat alles uit de geest komt, is er alleen de geest. De werkelijkheid is dus een illusie. Tegelijkertijd streeft elke persoon ernaar om perfect te zijn, en we proberen het perfecte te imiteren. Hoewel men nooit het volmaakte zelf kan worden (en dus de natuur van de werkelijkheid), is het wezen ook “het echte”. We weten van het bestaan ​​ervan en we weten dat we ‘bestaan’. Het doel is om de natuur van het zijn te realiseren in plaats van de natuur van God. Men kan geen God worden omdat de mens niet eeuwig is en slechts een kopie van een groter plan – daarom is hij slechts een kopie.19 Men moet beseffen dat alles wat materieel bestaat twee deelen heeft: het begrijpelijke, waarin kennis en begrip worden gevonden (en die gelijk zijn aan het goede) en overtuigingen en beelden die voor ons zichtbaar zijn. Wat zichtbaar is, wordt gekend met de ogen, wat kennis is, wordt gekend met de ziel.20

Ten slotte is het belangrijk om de essentie te begrijpen. Wanneer goddelijk licht en schitterende straling elkaar ontmoeten, maakt men kennis met zijn, vitaliteit en intellect. Het intellect is een diepe kennis, de vitaliteit is een levendigheid die de staat van zijn kan binnengaan. Dit proces is een ervaring van de ziel.21 De essentie is dus een proces of een ervaring die deel uitmaakt van iets groters en die niet voor zichzelf bestaat, maar alleen in relatie tot de ander. De essentie is een kopie of wat echt wordt in de kopie.22

Het goede deelt veel kenmerken van panentheïsme en panenhenisme. Dus Plotin probeerde het goede in overeenstemming te brengen met het ene. Het goede is de kwel van alles en het goede is verantwoordelijk voor de manifestatie van alles, daarom kwalificeert hij zich voor een “Ene” en Plotin zoekt een weg van ervaring van het ene zelf omdat de kopie niet bevredigend is. Voor hem is de ervaring van het ene als een boeddhistische verlichting.23 Maar Platoon zelf verwierp de mogelijkheid om het goede zelf te leren kennen omdat het goede zich in de volmaakte (ideale) wereld bevindt, maar wij leven in de onvolmaakte wereld. Het is echter Platoon zelf die getuigt van de vereniging met het goede in de allegorie van de grot waarin een mens de zon kan zien en alles kan bereiken – vandaar het goede.

Voetnoten:

  1. Grimes, 1997a.
  2. Sérange, geen datum.
  3. Kerns, geen datum.
  4. Sérange, geen datum.
  5. Schmitz, 2017.
  6. Grimes, 1997a.
  7. Vgl. ibid.
  8. Grimes, 1997b.
  9. Grimes, 1997a.
  10. Schmitz, 2017/ 2020.
  11. Schmitz, 2018/ 2021.
  12. Grimes, 1997b.
  13. Schmitz, 2017.
  14. Harper, geen datum.
  15. Wheeler, 1997: 171.
  16. Vgl. Grimes, 1995.
  17. Schmitz, 2017.
  18. Ibid.
  19. Grimes, 1997b.
  20. Grimes 1997b; Grimes, 1997c.
  21. Grimes, 1997c.
  22. Schmitz, 2017.
  23. Vgl. Schmitz, 2018/ 2021.

Literatuur:

Pierre Grimes: Wisdom Literature in the Platonic Tradition. Lecture 13: Plotinus’ The Enneads – The Good or The One. Opening Mind Academy, 1995.

Pierre Grimes [a]: Wisdom Literature in the Platonic Tradition. Lecture 61: Plato’s Republic (Part 1). Opening Mind Academy, 1997.

Pierre Grimes [b]: Wisdom Literature in the Platonic Tradition. Lecture 62: Plato’s Republic (Part 2). Opening Mind Academy, 1997.

Pierre Grimes [c]: Wisdom Literature in the Platonic Tradition. Lecture 66: The One in Plato’s Republic. Opening Mind Academy, 1997.

Douglas Harper: idea (n.). Online Etymology Dictionary, geen datum. http://www.etymonline.com/index.php?term=idea, bezocht op 17 februari 2016.

Tom Kerns: Plato’s Three Parts of the Soul. Philosophy 101, North Seattle Community College, geen datum. http://philosophycourse.info/platosite/3schart.html, bezocht op 22 maart 2016.

Timo Schmitz: Timo Schmitz: Individualism between Moral and Virtues, Government and Religion. Berlin: Timo Schmitz, 2017, pp. 152-162.

Timo Schmitz: Short summary of the dialogues between Socrates and Gorgias and Socrates and Polos in Plato’s Gorgias (2017). In: Timo Schmitz: Selected English Articles 2014-2017. Berlin: epubli, 2020.

Timo Schmitz: L’histoire des idées politiques de Platon à Tocqueville en bref (2018). In: Timo Schmitz: Sélection d’articles en français, 2014-2020. Berlin: epubli, 2021.

Pierre Sérange (éd.): Les trois parties de l’âme chez PLATON (La République, livre IV). Geen datum. http://www.approximations.fr/pserange/cariboost1/cariboost_files/les_20trois_20parties_20de_20l_20ame_20platon.pdf, bezocht op 20 mart 2016.

Samuel C. Wheeler III: Plato’s Enlightenment: The Good as the Sun. In: History of Philosophy Quarterly 14(2), 1997, pp. 171-188.

Gepubliceerd op 25 juli 2021.

Over relaties: Niets bestaat onafhankelijk in deze wereld

Geschreven door Timo Schmitz. Vertaald uit het Frans. Originele titel: Relation et Formation: Rien n’existe indépendant dans ce monde (14 août 2018). Kleine wijzigingen in deze versië.

Volgens Pierre Grimes zijn er maar twee dingen in deze wereld: het ‘ding’ en de dingen die daarmee verband houden – dat wil zeggen, dingen en hun relaties.1 Natuurlijk zijn deze relaties geïnteresseerd in filosofie.2 We kunnen aannemen dat alles “dat is” enige kracht heeft om te worden “wat het is”. Het bestaat dus uit drie delen: het exterieur, het interieur en het potentieel. Elke relatie begint met een doel en een activiteit om de kracht te starten om dat doel na te streven.3 Dit idee van Pierre Grimes bestaat ook in het jodendom. De schepping van het universum begint met één oorzaak: het is God. En hoe kan God scheppen? Met kracht natuurlijk.4 Voor de luriaanse chassidisten begint het allemaal met de vaten die volmaakt waren en die het oorspronkelijke licht bevatten. Maar de vaten waren te kwetsbaar en daarom braken ze en gingen de lichtvonken uit in deze wereld.5 Als de vaten waren aangekomen waar ze moesten gaan, zou de wereld perfect zijn. Maar aangezien dat niet zo was, is de wereld onvolmaakt en kan het kwaad worden aangewakkerd door vonken. Het kwaad is dus het resultaat van de afbraak van de wereld.6 Zowel pre-luriaanse chassidische joden als luriaanse chassidisten geloven dat God een onbeperkte kracht (ein sof) is. Deze kracht is goddelijk licht.7 Volgens de Zohar was er, voordat God de wereld en de ruimte van het universum schiep, een ruimte, een beginruimte waar God woont (bereshit) en waar de schepping in een zesvoudigheid was  (bere- shit – dat komt van “bara” (creëren) en “shit” (zes)).8 Volgens de Sefer Yetzira begon het goddelijke licht zijn schepping met de elementen en de letters en de elementen zijn nu en wanneer de letters ontmoeten de kracht – een potentieel wordt actueel.9 De hele schepping begint met de kracht, die inwerkt op de materie die zich in de wereld van atzilut bevindt. Daar is alle materie een eenheid. Hiervan wordt de materie die gegeven wordt gescheiden in de wereld van beriya (de wereld van de schepping).10 Dan krijgt de materie vorm in de wereld van yetzira (de wereld van vorming). 11 Daarna presenteert het ding zich aan ons in de wereld van assiya – het is de perceptuele wereld waarin we leven. 12 Kennis komt van het intellect van onze ziel in het jodendom, net als het platonisme dat ons het logistikon leert. In de islam komt het intellect (aql) van het licht van God.13 In de filosofie van Oost-Azië is God ook als een kracht, bijvoorbeeld in het daoïsme, de Dao is de oorzaak van de hele schepping en daarom van alles “dat wat is” is een manifestatie van de oorzaak.14 In het platonisme bestaat de schepping uit het “dezelfde” en het “andere” en wanneer hetzelfde reageert met de ander, ontstaat er een ding. 15 Vermoedelijk de kracht (God / Dao / Ein Sof) werd geactiveerd toen hij begon met creëren – hij begint niet zonder reden, toch?

Volgens Grimes is het interieur wat het ding bij elkaar houdt en het exterieur wat met de ander in wisselwerking staat.16 Om een ​​relatie aan te gaan, heeft men wederkerigheid nodig. Volgens Adler schiep God een ruimte voor de mens waarin hij vrij kan handelen. Daarvoor maakte hij een regressie – een toevlucht – om ruimte te geven aan de ander. De vrije wil is dus een geschenk van God.17 Om een ​​wil te hebben, heb je zelf macht nodig 18 – daarom is er altijd een relatie tussen twee machten (vgl. yin en yang in het daoïsme). Waarom zijn een man en een vrouw “samen”? Wat is de bestemming? Grimes legt uit dat het de wil is die hen bij elkaar houdt.19 In het Engels kunnen we zeggen “voor iemands belang” – dus we kunnen zeggen dat het niet alleen de wil zelf is die het doet, maar het is “voor” de wil, daarom is de wil de oorzaak. Ik denk dat je dat idee in het begin kunt transformeren. God wil iets scheppen, dus als hij dat wil, kan hij het doen. Zijn wil is dus de oorzaak! En volgens Grimes is de oorzaak een idee. Dit idee maakt het bestaan.20 Een man en een vrouw hebben het idee om een ​​relatie aan te gaan. Ze hebben een idee van een relatie, dus hun relatie bestaat. En ‘wat hen bij elkaar houdt’ is de uiteindelijke oorzaak.21 Wederkerigheid is een heel interessant idee omdat er een dubbelzinnigheid is – er is geen ‘één’ maar een ‘twee’ – en dus een reflectie. 22 Ik denk dat een relatie enige aandacht nodig heeft – je denkt na over de relatie voordat je hem accepteert. Wederkerigheid is het resultaat van dubbelzinnige reflectie. Wolf legde uit dat het chassidisme niet zegt wat te “doen” in de staat van liefde, maar wat “is” de staat van liefde. Er is geen “plicht”, maar er is een “zijn” of “een staat”.23 Bovendien transformeert liefde grenzen.24 Een relatie is dus een reflectie en een transformatie, en men kan een “plan” bouwen op wat is, en dus als het doel – het “plan” – eindigt, eindigt de relatie ook.25

Maar zelfs als we één plan vinden, hebben ze allebei hetzelfde idee, en dat is iets dat hen bijblijft, want het is “hun”. Bijvoorbeeld: wanneer het onbeperkte licht begint met de schepping van een ding, gebruikt het de transcendente kracht – keter – waarin alles en tegelijkertijd niets wordt gevonden. Het begin is “niets” maar daarin vinden we al alles. We kunnen spreken van een “niets”,  omdat het niet beslisbaar is wat het is – we weten het niet. Je kunt het niet zien of meten, maar het is er – en het bevat alles. 26  Keter werkt in op chochma en bina, de twee intellectuele immanente krachten. Chochma is het potentieel van het zijn en daarom de eerste fase van het bestaan, zelfs dat dit bestaan ​​niet echt is, maar alleen potentieel. Chochma komt van keter, hij is materie, dus alle mogelijke materie, en het begin van elk bestaan. Hiervoor vertaalt de Targum Yonatan (de geschriften van de wijze Yonatan in het Aramees) het begin “bereshit” als “b’chuchmata” (met chochma). 27 Bina daarentegen is het principe van vorm.28 En daarom wordt het bestaan ​​echt wanneer materie en vorm een ​​relatie aangaan (zoals bij Aristoteles). Maar Platoon stelde al dat vormen op zichzelf in deze wereld niet bestaan. De woorden “idee” en “vorm” zijn hetzelfde in het Grieks, een idee is een vorm. En voor Platoon is een idee een perfecte vorm – de vorm zelf, bijv. het idee van de cirkel is een cirkel zonder materie. Elke cirkel neemt dus deel aan het idee van de cirkel. Ook al hebben de twee mensen bij Grimes hun ene plan, ze maken deel uit van een groot “plan” – het is het idee dat ze allebei delen. Dus, Grimes stelt voor dat men een machtstransformatie nodig heeft om een ​​relatie te winnen. 29 Beiden geven hun macht over dit idee – het grootse plan – en het grootse plan geeft hen macht en daarom is er communicatie.

Om een ​​relatie aan te gaan hebben we volgens Grimes een gelijkenis nodig 30, al zeg ik liever dat we een gelijkenis nodig hebben voor een communicatie, omdat een relatie ook met tegenstellingen gedefinieerd kan worden. Gelijkenis betekent dat je het ene “zoals” het andere vindt. Het woord “zoals” is erg belangrijk, omdat het “de status zoals” is die uitspreekt wat als een ander is en dus hun gelijkenis. Er is dus een oorzaak en een gevolg – en de oorzaak en het idee zijn vergelijkbaar (dus de reden) en het effect is vergelijkbaar met de activiteit (dus de ziel) .31 Bij Platoon is het idee een mentale kwaliteit en daarom komt het idee van reden32 – het idee is redelijk. Bovendien heeft elke persoon een deel in de ziel dat de rede vertegenwoordigt, 33 de rede is waarneembaar met de ziel – daarom zijn ze in interactie. De rede zoekt een relatie met de ziel en het is de rede die haar voorstelt en de ziel die haar accepteert, daarom bezit de ziel de rede.34 Een relatie is niet alleen communicatie, maar ook bezit. In het jodendom is het hetzelfde principe: macht wordt door God gegeven en wordt omgezet in de werelden. God geeft kracht aan keter in de ziel, en wanneer keter de kracht ontvangt, kan transformatie in de ziel beginnen. Dus geen werk zonder stroom, maar de kracht komt van de oorzaak. De ziel die de kracht van de oorzaak ontvangt, bezit de kracht en geeft het effect. En in het daoïsme is het ook hetzelfde principe. De Dao wordt in elke manifestatie gevonden, daarom heeft elke manifestatie de oorzaak, de Dao. Tegelijkertijd vinden we een uitzondering in het boeddhisme. Boeddhisten haten dualismen, niets bestaat tegen iets anders, alles is wat het is, maar het is niet alleen een “concept”. 35 De transformatie van grenzen voor chassidisten wordt gevonden in chesed – compassie. Zonder chesed is een relatie onmogelijk. Chesed is de natuur van liefde – absolute liefde.36 Activiteit wordt gevonden in gevura. De twee zijn tegenstanders op het hoge emotioneel niveau. Chesed is ‘geven’ en gevura is ‘nemen’.37 Een relatie gaat over geven en nemen.

Voor Grimes omvat ‘zijn’ activiteit en kracht, 38 en daarom bevat een wezen rede (kracht) en ziel (activiteit), maar ik suggereer dat dit kwaliteiten van de ziel zijn. Activiteit is de kracht van het leven en zonder activiteit kun je niet leven. Zelfs in de islam is de levenskracht een kwaliteit van de ziel (ruh) die zich in het hart (qalb) bevindt en volgens Ibn Tufayl het hart en de kwel van alles.39 Dus Ibn Tufayl legt uit dat er een vitale wind en wanneer de wind ontsnapt, wordt de dood gevonden.40 Dus ik stel voor dat kracht en activiteit onafhankelijk kunnen bestaan ​​in de natuur, maar in de mens is het een kwaliteit van de ziel en het kan niet bestaan ​​zonder de ziel. God kan scheppen met zijn kracht om dingen te scheiden – en hij kan dingen maken met zijn idee.41 God heeft een idee van licht, dus licht wordt bestaand. Rabbi Aron Moss denkt dat dit ook de reden is waarom het kwaad bestaat: omdat er niet alleen is wat God verlangt, maar ook wat God niet verlangt, omdat hij erover kan nadenken en zijn gedachten altijd reëel worden.42 Maar ik denk dat het bestaan ​​van het kwaad is een gevolg van de onvolmaaktheid van de wereld omdat de vaten gebroken zijn. God schiep alles “ten goede” (ki tov) en daarom is zijn schepping ook “goed” 43, maar omdat de schepping niet helemaal succesvol was door de vernietiging van de vaten, is er ook onvolmaaktheid in de wereld.

Met de vernietiging van iets keert het idee terug naar zijn wortels en vindt het zijn perfectie44. Waarom is het licht van de gebroken vaten niet teruggekeerd? Dit komt omdat de vonken in deze wereld gevangen zitten en losgelaten moeten worden. 45 En wat vertelt het voorbestaan ​​van ideeën ons? De relatie tussen hen was er vanaf het begin, het was er nog steeds. 46 Dus “iemand die met iets kennis maakt” kent het object dat “kan worden gekend” en daarom zijn de man “die kennis maakt”, kennis en degenen “die bekend zijn” in één. De wederkerigheid (hij wil deze persoon leren kennen – zij wil hem ook kennen) is een proces tussen de twee elkaar leren kennen. Ik stel voor om het proces te identificeren met communicatie, omdat in communicatie de man die de vrouw wil leren kennen (dus degene die wil weten wat er gekend kan worden) en de vrouw die wil leren kennen met de man gevonden in een uitwisseling op basis van een persoon die wil weten, kennis is een object (of een andere persoon) van kennis (“dat wat bekend moet zijn”). Dus communicatie is kennis, kennis is communicatie – zonder communicatie is er helemaal geen kennis.

Er is dus degene die communiceert met het intellect (chochma / bina) of de krachten (dynameis) – ik weet nog niet wat beter is – die deelneemt met de ziel, en de ziel wordt in het lichaam gevonden als een levende kracht, maar ook als regulator tussen het intellect en de emoties.48 Het idee komt van het intellect naar de ziel en is daarom altijd redelijk, maar de kwel is God. Het idee is een ‘ideaal’ dat door God is geschapen, iets om na hem te streven, maar dat uiteindelijk kan nooit worden volledig bereikt, maar in plats daarvan nog steeds gedeeltelijk kan bereikt worden. De realisatie van het idee is dus altijd onvolmaakt. Volgens Grimes is er de mogelijkheid om zich te ontwikkelen met het ideaal49 en zelfs boeddhisten stellen zich voor om zich te ontwikkelen tot het stadium van verlichting – en aangezien licht goddelijke perfectie is, is het een weg in het goddelijke. Ik denk dat de ontwikkeling van de mens mogelijk is en natuurlijk wil de mens zich ontwikkelen tot het niveau waarop hij perfect is. Maar is het voor hem mogelijk om zelf perfectie te vinden? Ik weet het nog niet, maar zowel Platoon als Philoon verwierpen de mogelijkheid om het Goddelijke binnen te gaan. Het daoïsme en het hindoeïsme stellen de zoektocht naar eenwording met het goddelijke voor.50 Voor joden en moslims is eenwording met God als een extase – een trance waarin men God kan proeven. Dit komt omdat het woord dauq betekent: “naar smaak”. Er is dus een ervaring van het imiteren van God (dit is het doel van Ibn Tufayl – imitatio dei 51), maar imitatie – betekent dat dat iemand precies zoals God wordt? Ik denk niet dat dit mogelijk is, omdat je altijd deelneemt aan het beeld van God, maar je bent nooit God zelf. Alleen God kan God genoemd worden.

De tegenstelling van ideeën zijn de ‘idolen’ die de natuur vervalsen. 52 De idolen van de stam (idola tribus) zijn de menselijke vooroordelen die in elke persoon worden gevonden. 53 De idolen van de grot (idola specus) zijn de vooroordelen die voortkomen uit onze opvoeding en onze gewoonten. 54 De idolen van de markt (idola fori) zijn de vervalsing van de werkelijkheid met behulp van taal.55 De transformatie van de werkelijkheid in een taal is nooit precies. De idolen van het theater (idola theatri) zijn de dogmas en het bijgeloof van de mens. 56 Hoe kunnen we idolen corrigeren? Het kan worden gecorrigeerd met dianoia – begrip. En volgens Proclus kan men alleen begrip krijgen door relaties te bestuderen.57 Maar het is ook duidelijk dat begrip beperkt is en daarom bestaan ​​er nog steeds idolen – we kunnen er niet tegen vechten.

Uiteindelijk is het begrijpen van een relatie het begrijpen van eenheid. We kunnen ook onszelf begrijpen en dus de relatie tussen onszelf. 58 De Eenheid begrijpen is het Ene begrijpen. Alles en elke persoon is onderdeel van het Ene. Het is de oorspronkelijke kwel van alles. We willen ons verenigen met het Ene – als het mogelijk is weet ik nog niet – maar we kunnen ons verenigen met het idee van het Ene. Men kan het idee – de manifestatie van God – in deze wereld begrijpen en daarom kan men impliciet de natuur van God zelf realiseren. Met boeddhistische verlichting wordt men de Boeddha zelf, maar het is niet gelijk aan God – het is een vereniging van de mens met alle essenties van goddelijk licht in deze wereld. Er is dus niets anders dan geest – de manifestatie van dingen en de manifestatie van de geest van het goddelijke, maar de dingen zijn niet onafhankelijk, ze bestaan ​​niet voor zichzelf.

Voetnoten:

  1. Grimes, 1995.
  2. Ibid.
  3. Ibid.
  4. Adler, 2016, punt 3.
  5. Ibid.
  6. Ibid.
  7. Vgl. Miller, geen datum a.
  8. Miller, geen datum b.
  9. Schmitz, 2018a.
  10. Bahir, hoofdstuk 1 vers 3.
  11. Wolf, 2012a.
  12. Ibid.
  13. Hub-e-Ali Shia Articles Archive, geen datum: 6.
  14. Vgl. Schmitz, 2017.
  15. Timaios, 37a.
  16. Grimes, 1995.
  17. Adler, 2016.
  18. Grimes, 1995.
  19. Ibid.
  20. Ibid.
  21. Ibid.
  22. Wolf, 2012b.
  23. Ibid.
  24. Ibid.
  25. Grimes, 1995.
  26. Vgl. Freeman, geen datum. – Keter is de kracht van God en de natuur van God is het ein sof zoals het is beschreven door Freeman, voor de functie van keter zie Miller, geen datum c.
  27. Miller, geen datum d.
  28. Miller & Miller, 1990: 45.
  29. Grimes, 1995.
  30. Ibid.
  31. Ibid.
  32. Platoon, Timaios 28b-29c.
  33. Platoon, Politeia 4.439d [in engels in Plato, Vols. 5 & 6].
  34. Grimes, 1995.
  35. Voor het probleem van dualismen in het boeddhisme in het algemeen, vgl. Timo Schmitz : Buddhism for Overthinkers. Trier/ Vachendorf : Buddha TS Publishing, 2018.
  36. Deusel, 2014.
  37. Wolf, 2012a.
  38. Grimes, 1995.
  39. Fancy, 2013:88; Richter-Bernburg, 1996: 104.
  40. Ibn Tufail, 2009.
  41. Schmitz, 2018b.
  42. Moss, geen datum.
  43. Schmitz, 2018b.
  44. Grimes, 1995.
  45. Adler, 2016, punt 3.
  46. Vgl. Grimes, 1995.
  47. Grimes, 1995.
  48. Zie ook de filosofie van Plotin in Schmitz, 2018c.
  49. Grimes, 1995.
  50. Schmitz, 2017.
  51. Pessin, 2014: 551.
  52. Bacon, a 38 f.
  53. Bacon, a 41; a 52.
  54. Bacon, a 42; a 53.
  55. Bacon, a 43; a 59.
  56. Bacon a 44; a 61 f.
  57. Grimes, 1995.
  58. Ibid.

Literatuur:

___: On Ruh, Nafs, Qalb, and Aql. Hub-e-Ali Shia Articles Archive, geen datum. https://hubeali.com/articles/The%20Ruh-Nafs-Qalb-Aql.pdf, bezocht op 11 augustus 2018.

Rabbi Benjamin Adler: Introduction to Kabbalah: The Creation Myth. Sefaria Source Sheet, 2016. https://www.sefaria.org/sheets/32246, bezocht op 29 juli 2018.

Francis Bacon: Neues Organon. Erstes Buch, Lateinisch-Deutsch. Herausgegeben von Wolfgang Krohn, Hamburg: Felix Meiner, 1990.

Rabbi A. Yael Deusel: Chesed. Jüdische Allgemeine Zeitung, 2014. https://www.juedische-allgemeine.de/article/view/id/19414, bezocht op 31 mei 2018.

Nahyan Fancy: Science and Religion in Mamluk Egypt: Ibn al-Nafis, Pulmonary Transit and Bodily Resurrection. London/ New York: Routledge, 2013.

Rabbi Tzvi Freeman: Is G-d an It, an I, or Nothing?. Chabad.org, geen datum. https://www.chabad.org/library/article_cdo/aid/392168/jewish/Is-G-d-an-It-an-I-or-Nothing.htm, bezocht op 31 mei 2018. 

Pierre Grimes: Wisdom Literature in the Platonic Tradition. Lecture 20: Grades of Reality. Opening Mind Academy, 1995.

Abu Bakr Ibn Tufail: Der Philosoph als Autodidakt. Hayy ibn Yaqzan – Ein philosophischer Insel-Roman. Übersetzt, mit einer Einleitung und Anmerkungen herausgegeben von Patric Schaerer. Hamburg: Felix Meiner, 2009.

Aryeh Kaplan (transl.): The Bahir. York Beach: Samuel Weiser, 1989.

Rabbi Moshe Miller [a]: Levels of Soul Consciousness. Kabbalah Online @ Chabad.org, geen datum. https://www.chabad.org/kabbalah/article_cdo/aid/380651/jewish/Levels-of-Soul-Consciousness.htm, bezocht op 11 augustus 2018.

Rabbi Moshe Miller [b]: Hidden in the Beginning. From the teachings of Rabbi Shimon bar Yochai, translated and commented by Moshe Miller. Kabbalah Online @ Chabad.org, geen datum. https://www.chabad.org/kabbalah/article_cdo/aid/379910/jewish/Hidden-in-the-Beginning.htm, bezocht op 12 augustus 2018.

Rabbi Moshe Miller [c]: Keter. Kabbalah Online @ Chabad.org, geen datum. https://www.chabad.org/kabbalah/article_cdo/aid/380778/jewish/Keter.htm, bezocht op 13 augustus 2018.

Rabbi Moshe Miller [d]: Chochma. Kabbalah Online @ Chabad.org, geen datum. https://www.chabad.org/kabbalah/article_cdo/aid/380785/jewish/Chochma.htm, bezocht op 31 mei 2018.

Richard Alan Miller & Iona Miller: The Magical and Ritual Use of Perfumes. Rochester (Vermont): Destiny Books, 1990.

Rabbi Aron Moss: Did G-d Create Evil?. Chabad.org, geen datum. https://www.chabad.org/library/article_cdo/aid/367866/jewish/Did-G-d-Create-Evil.htm, bezocht op 27 april 2018.

Sarah Pessin: Islamic and Jewish Neoplatonisms. In: Pauliina Remes & Svetla Slaveva-Griffin (éds.): The Routledge Handbook of Neoplatonism, London/ New York: Routledge, 2014, pp. 541-559.

Plato: Plato in Twelve Volumes. Vols. 5 & 6. translated by Paul Shorey. Cambridge (MA): Harvard University Press, 1969.

Platon: Timaios, Griechisch-Deutsch. Übersetzung, Anmerkungen und Nachwort von Thomas Paulsen und Rudolf Rehn. Stuttgart: Reclam, 2009.

Lutz Richter-Bernburg: Medicina ancilla philosophiae: Ibn Ṭufayl’s Ḥayy Ibn Yaqẓān. In: Lawrence Conrad (éd.): The World of Ibn Ṭufayl: Interdisciplinary Perspectives on Ḥayy Ibn Yaqẓān. Leiden/ New York/ Köln: E.J. Brill, 1996.

Timo Schmitz: Was das Dao leert – Eine Einführung in den Daoismus. Berlin: epubli, 2017.

Timo Schmitz [a]: Chassidic Ontology and Class Logic based on the Sefer Yetzira (2018). In: Timo Schmitz: Selected English Articles, 2014-2018. Berlin: epubli, 2021.

Timo Schmitz [b]: Causing the first cause – The creation of such a perfect world shall be the result of many accidents? (2018). In: Timo Schmitz: Selected English Articles, 2014-2018. Berlin: epubli, 2021.

Timo Schmitz [c]: Plotinus’ triad as actual experience (2018). In: Timo Schmitz: Selected English Articles, 2014-2018. Berlin: epubli, 2021.

Rabbi Laibl Wolf [a]: The Sefirot of Relationship Part 2 – Netzach, Hod and Yesod [Presentation]. Melbourne: Spiritgrow Josef Kryss Centre, 2012 [online available: https://www.youtube.com/watch?v=adjK7Lubp1k].

Rabbi Laibl Wolf [b]: The Art of Loving. Session 5: Reflected Love, How Long Does It Last? [Presentation], Melbourne: Spiritgrow Josef Kryss Centre, 2012 [online available: https://www.youtube.com/watch?v=6bF6iJ9JxLU].

Gepubliceerd op 24 juli 2021.

De triade van Plotin als filosofische ervaring

Geschreven door Timo Schmitz. Vertaald uit het Engels. Originele titel: Plotinus’ triad as actual experience (10 August 2018).

Plotin is de grondlegger van het neoplatonisme. Door Platoons werken te bestuderen, herinterpreteerde hij veel aspecten, zoals het zien van het goede als een ene die niet verder verklaarbaar is en daarom is het goede God. Het neoplatonisme wordt vaak bestudeerd als een filosofie die natuurlijk redelijk is, aangezien het neoplatonisme een filosofie is die de ideeën van het middenplatonisme verder heeft ontwikkeld in overeenstemming met andere filosofische scholen. Het neoplatonisme veranderde echter ook in een religieuze cultus 1, omdat de triade van Plotin altijd werd opgevat als een manier om Platoons goede (dat op geen enkele manier voor mensen begrijpelijk is) ineens grijpbaar te maken en als mensen naar God zochten, een manier om zich met God te verenigen werd dringend verzocht. Als zodanig had het neoplatonisme ook invloed op de mondelinge kabbala en de christelijke kerkvaders die het zagen als een manier om met God te bemiddelen.

Het hoogste principe is het goede en het is wat iedereen verlangt, aangezien alles wat we willen doen voor het goede is. Daarom draait alles om het goede en het is voor goed.2 Het staat benovenop van alles, gevolgd door intelligentie (dat is zijn of mentaliteit) en de ziel, en de ziel en het lichaam vormen een mens die leeft en het is het leven dat verenigt.3 Dus het ene (to hen) of het goede (agathon) is een basisprincipe om de bezielde rede (nous) mogelijk te maken, wat het basisprincipe is om elke soort ziel (psyche) mogelijk te maken, aangezien ziel de voorwaarde is voor het leven. Het lichaam is slechts het materiaal, maar het heeft een ziel nodig om te leven. De wereld is in beweging, maar dat wat ze beweegt is ziel – en wanneer de ziel materiële invloed heeft, leidt dit tot schepping of ‘worden’. Deze triade staat bekend als hypostase en heeft schijnbaar een instroom op het christendom in de drie-eenheid door het ene als vader van alles, de geest als rede (nous) en de zoon als korporaal wezen dat door het Goddelijke werd gezonden.4 Het is echter opmerkelijk dat Paul Aubin dit idee verwerpt en benadrukt dat de triade niet echt een voortzetting is en alle drie de dingen dus op zichzelf bestaan, wat het onmogelijk maakt om het met de drie-eenheid te vergelijken.5

Traditioneel werd de triade echter beschouwd als een voortzetting die werkt als een piramide waarin het ene boven alles staat en de rede of intelligentie creëert. De intelligentie leeft echter voorbij de tijd en wordt er niet aan toegeschreven, staat dus op een hoger niveau dan de zielen. De zielen leven in de tijd en wanneer lichaam en ziel van elkaar scheiden, sterft een ‘persoon’, maar niet de ziel, omdaat de ziel onsterfelijk is. En terwijl het lichaam een ding is, is alles wat daarbuiten is niets en dus om antwoorden te vinden op het ding daarbuiten, hebben we het ‘wat’ nodig. Wat is de ziel? Wat is de intelligentie? Wat is de ene? – We willen niet in de eerste plaats weten waar het zich bevindt of waarom het is zoals het is, maar we willen begrijpen wat het is dat het is.6 In het begin ‘is’ intelligentie altijd, want als iets geen tijd nodig heeft, dan is het er altijd en zal het er altijd zijn omdat het niet beperkt is. De zielen bestaan ​​voor zichzelf, ze zijn in meervoud. Er is niet slechts één ziel, maar vele zielen die dan kunnen worden samengevat tot die ene ziel, de wereldziel die de som is van elke afzonderlijke logistikon. Als zodanig wordt de individuele ziel gewoon van de wereldziel afgebroken en zal zich na de dood ermee verenigen.7 Het idee van een triade tussen het ene, de nous en de ziel is een verdere ontwikkeling van het middenplatonisme. Midden-platonisten geloofden dat de ziel voortkomt uit de nous, maar er zijn krachten die het mogelijk maken om aan de zaak te werken: dus beïnvloedt nous de psyche, psyche beïnvloedt de soma.8 Verder werd in joodse tradities de term psyche opgevat met de term nefesh, de adem die in Genesis 2:7 wordt gebruikt om de mens tot leven te wekken en dus is er een vloeibaar beeld van de ziel.9 Om deze verhandeling te begrijpen, moet men zich ervan bewust zijn dat het in Platoons tripartiete ziel een grote vraag is geweest wat ‘is’ een zielsdeel. Er wordt vermeld dat de onderdelen moeten worden onderscheiden en hun functie moet worden verduidelijkt, maar de vraag “wat is het?” blijft open.10

Grimes gaat verder en stelt het zelf gelijk aan ervaring en maakt duidelijk dat het zelfs belangrijk is voor het fantasieleven, aangezien men zich moet identificeren met de figuur in de fantasie om het als eigen fantasie te accepteren. Alleen door geestcontrast ziet men ‘dat ben ik niet’ en realiseert men zich dus dat het niet echt is. Fantasie realiseer je pas als fantasie als je je realiseert dat het niet echt jezelf is, terwijl je fantasie als waarheid ziet als je denkt dat het jezelf is en door jezelf moet zijn. Maar hoe zit het met het zelf zelf? Het zelf is niet in beeld te brengen – dus geen fantasie.11

Het neoplatonisme is niet alleen een filosofie geweest, maar heeft ook lange tijd gediend als een religieuze praktijk – zoals het boeddhisme of het daoïsme – waarin men de eenheid met het ene zocht. Daarom bestaat het zelf niet alleen als een gemoedstoestand, maar het doel is om de ziel door de rede te verenigen met het ene. Hiervoor moeten we ervaring begrijpen als een deel van het eeuwige, aangezien de mogelijkheid om het ene te ervaren niet beperkt kan worden tot een bepaalde tijd, net als elke andere ervaring die kan worden herhaald en herhaald. Zelfs substanties kunnen eenheid of verwoesting ervaren wanneer begrippen als tijd niet meer bestaan. Ervaring als neoplatonische sleutel speelt ook een grote rol in Ibn Tufayls Hayy Ibn Yaqzan, waarin ervaring wordt getoond als een soort terugkeer door imitatie. Eerst moet men de dieren nabootsen, zoals de mens dierlijke behoeften heeft, welke in de eerste plaats moeten worden bevredigd.12 Vervolgens moet men de hemel nabootsen door na te denken over de functie van verwarming en koeling van de hemel, door te reflecteren op de zuivere cirkelvormige bewegingen, en nadenken over en over het getuigenis van de hemel van God zoals we de kwel van het goddelijke in de hemel kunnen vinden.13 Ten slotte is de laatste imitatie de imitatio dei – de reflectie op de natuur van God zelf.14 Als zodanig leidt imitatie tot de terugkeer naar God die wordt uitgevoerd als een ervaring. Het doel van reflectie is begrip en dus door stap voor stap te gaan begrijpt Hayy de complexe dingen steeds beter en met dit begrip kan hij nieuwe ervaringen opdoen.15 Voor Grimes zal begrip leiden tot een helderheid die het mogelijk maakt om de Schoonheid te zien.16 Natuurlijk wordt ‘de schoonheid’ hier niet begrepen op een manier waarop we schoonheid tegenwoordig begrijpen. Volgens Platoons Symposium is de schoonheid een soort onsterfelijke kennis die alles is, aangezien het alle vormen omvat en schoonheid kan worden gevonden in alle lichamen die schoon zijn – dwz goed geïnformeerd en in staat om diepe wijsheid te verwerven – en de schoonheid in hen moet de hetzelfde.17

Daarom moet de minnaar die de schoonheid van buitenaf ziet, de wijsheid verwerven om de innerlijke schoonheid te zien die zich in het lichaam bevindt. Maar de kwaliteit van schoonheid blijft hetzelfde, niet alleen in het lichaam maar ook tussen de lichamen. 18

En daarom is het noodzakelijkerwijs een droefheid als iemand lijdt aan schoonheid, vooral nadat hij het eenmaal heeft verworven.19 De theorie van schoonheid ziet drie stappen van liefde. De eerste is perfectie, de tweede de ascentie van de ziel en de derde is liefde volgens het idee, waarbij het idee zelf onthecht is.20 Met andere woorden: het begint met een aantrekkingskracht die wordt gewaardeerd door de ziel en dan wordt de schoonheid zelf gezocht. De schoonheid werd later vereenzelvigd met het goede dat Platoon al God noemt in Boek 2 van de Politeia en houdt het als God hoog in de Timaeus. Philoon identificeerde het later met de logos, wat geen wonder is, aangezien het een Joods concept was in de 1e eeuw na Christus dat God gelijk is aan het woord, en het woord voor ‘woord’ en ‘reden’ zijn één en daarom is God de reden die communiceert door zijn krachten.

Net als bij andere middenplatonisten is God de grondlegger van de nous – het intellect – waardoor de ziel in ‘deze’ wereld kan worden geschapen. Plotin identificeert het goede als het ene en het Ene als het hoogste. Terwijl voor Platoon het goede in zijn eigen rijk verblijft en dus in de waarneembare wereld alleen de idee van het goede vindt, zo houdt ook Philoon een strikte grens tussen God en de waarneembare wereld. Door Plotinus triade leek het er echter op dat men door intellect een staat van eenheid kan bereiken en grenzen zouden worden overwonnen.21 Als er echter nog steeds een ‘het’ is, hebben we het ene niet bereikt, omdat het ene geen onderscheid meer heeft. En op dit punt is het nog steeds niet duidelijk wat het ene het ene als een maakt, vooral als het niet iets in een ander rijk is dat voor ons onbereikbaar is, maar een lichtgevende stralende ervaring. Dit is een van de belangrijkste vragen van de Joodse Kabbalah. In Ezechiël 1:1-4 ontmoette Ezechiël God, iets wat volgens Philoon onmogelijk zou zijn, aangezien God in een mentaal rijk leeft terwijl mensen in een zintuiglijk rijk leven en beide volledig onverenigbaar zijn.

Dus als Ezechiël erin slaagde God te laten verschijnen, wat deed hij dan om waardig genoeg te zijn om dit rijk te bereiken? Het was deze fascinerende vraag – dat het onmogelijke mogelijk werd – die Kabbalah zo aantrekkelijk maakte voor mensen. Dus het betekent ‘het’ op zichzelf begrijpen! Omdat elk ‘het’ deel uitmaakt van het ene. Daarom is de sleutel om alles op te geven om in het ‘het’ te rusten.22 In ons is een bepaalde innerlijke kracht die dit mysterie wil oplossen en terug wil naar het ene.23 Deze innerlijke kracht is ons ook bekend van bepaalde religies. In het boeddhisme wordt de boeddhanatuur (bodhicitta) vaak begrepen als een innerlijke kracht om ons op hogere stadia te ontwikkelen en in het hindoeïsme verlangt de ziel ernaar om verbinding te maken met de hogere ziel (paratman).24 Deze neigingen bestaan ​​ook in het daoïsme waar men wil verenigen met de dao en vele andere religies, dus het lijkt essentieel voor de mens. Om dit te kunnen doen, moet er een subject zijn dat zichzelf ziet als een ‘ik’ en moet er een ‘het’ zijn dat wordt geïdentificeerd met het ene, en Plotin maakt duidelijk dat de ik een beeld is van het ene 25 hoewel het lijkt geen toeval te zijn dat dit idee werd gemodelleerd naar Genesis 1:27 waarin God de mens schiep naar zijn gelijkenis (tselem), evenals in Platoons Timaios, waar God het verlangen heeft dat alles hem gelijk is en aangezien voor Platoon God het goede en het goede kan altijd alleen maar goed zijn, alles wat God schept moet ook goed zijn.26

Daarom is volgens de joodse mystiek de ziel van de mens gelijk aan de ziel van God zoals de mens naar zijn gelijkenis is geschapen en moet er een verbinding tussen beide die nooit verbroken is, en als zodanig moet er een manier zijn om hem te bereiken. Plotin stelt dat we altijd omringd zijn door het ene, want zonder de aanwezigheid van het ene zouden we ophouden te bestaan.27 Het Goddelijke is echter onuitsprekelijk en we kunnen het niet onder woorden brengen, vooral niet als het dat-wat-alles-omvat. Hetzelfde als Platoon duidelijk maakt in het Symposium dat de mens gescheiden was en iedereen de andere helft zoekt, voor Plotin is het duidelijk dat de mens (en al het andere) gewoon gescheiden was van het ene en daarom is de man die zag identiek naar wat hij zag en alles is slechts een deel van de eenheid. Om deze reden lijkt het erop dat de beide rijken – het mentale rijk en het sensueel waarneembare rijk – niet strikt gescheiden zijn zoals Platoon en middenplatonisten het zagen, maar in plaats daarvan worden de grenzen overschreden en kan men daar komen als men bereid is zichzelf te ontwikkelen en is bereid om de eenheid te realiseren. Als zodanig wordt Platoon, die een zoeker was naar rede en wijsheid – de rationele filosoof – veranderd in een mystieke ervaring. Zijn bevindingen worden gezien als een soort openbaring en sommigen bereidden het voor als een tegenhanger van het christendom, anderen zagen er een nut in om mystieke ervaringen binnen het christendom te verklaren. Maar of je de leer van Plotin nu ziet als een drievoudig pad, een bestaan in drie-eenheid, of dat je het niet als een werkelijke triade ziet, maar als alle concepten voor zichzelf, de triade van Plotin is nog steeds fascinerend, aangezien zijn neoplatonisme veel sporen met betrekking tot “hoe God te vinden” en daarom adviseerden veel mensen Plotin voor reflecties en ervaringen over God en tegenwoordig ontvouwen we deze sporen waardoor het voor ons gemakkelijker wordt om bepaalde wereldbeelden te begrijpen omdat we hun achtergronden kunnen zien.

Voetnoten:

  1. Zie ook Smith (1989).
  2. Kalligas, 2014:219, verschijnt het goede ook als hoofdprincipe in Platoons Republiek 6.508d – John Adams (1902) vermeldt in deze passage dat licht door Plotin is geïnterpreteerd als symbool voor de idee van het goede. Adams stelt echter voor dat Platoon in 508d bedoelt dat licht dat van de zon komt het ons mogelijk maakt de waarheid te zien die van het goede komt. Door licht kunnen de ideeën worden gekend, en dus kan datgene wat door de rede komt, worden begrepen. Voor het belang van de rede om dingen te laten ontstaan, zie Timaios. Het thema dat de Ene/ God goed is en dat uit hem alle goedheid voortkomt, wordt ook in 1 Johannes 1:5 beweerd. Ook hier staat de metafoor van het licht voor goedheid. Zie ook Jakobus 1:17, 1 Johannes 4:7-9 en Psalm 18:30; 50:6;116:5, Numeri 23:19 maar zie daarentegen ook Exodus 34:5-7, Jesaja 45:7 en het boek van Job.
  3. Grimes, 1995.
  4. De Halleux, 1994: 239.
  5. Ibid.
  6. Grimes, 1995.
  7. Theological Dictionary of the New Testament, 1985: 1343, entry: psyche.
  8. Ibid.
  9. Een soortgelijk idee wordt ook voorgesteld in ibid.
  10. Zie ook Kamtekar die hier een antwoord op probeert te vinden. Kamtekar laat zien dat dergelijke vragen zijn: “(1) zijn deze onderdelen zelf eenvoudig? (2) is het principe van tegenstellingen de enige manier om delen te bepalen? (3) wat houdt het in om een zielsdeel te zijn, anders dan te worden onderscheiden door het principe van tegenstellingen – is het verlangen en nastreven […]?”.
  11. Grimes, 1995 – er is geen idee van het zelf, de gedachte over hoe we onszelf zien, heeft het een deel van een idee? Schijnbaar is het zelf identificatie en als zodanig een deel van het lichaam dat buiten niet kan bestaan en daarom geen beeld van zichzelf kan worden [Annotatie door de auteur].
  12. De mens functioneert op een tripartiete manier vanaf Hannah Arendt. De basis is het dier dat werkt voor zijn overleving. Voor de animal laborans, zie Schmitz, 2017/ 2020.
  13. Pessin, 2014: 551.
  14. Ibid.
  15. Imitatie leidt dus tot ervaring – dus: imitatie is een deel van het Ene ervaren.
  16. Grimes, 1995.
  17. Schmitz, 2016/ 2020.
  18. Ibid.
  19. Grimes, 1995.
  20. Schmitz, 2017.
  21. Grimes (1995) benadrukt dat dit neoplatonistische idee bestaat, maar hij maakt ook duidelijk dat eenheid een één veronderstelt (wat slechts een idee is) – eenheid, vereniging, gemeenschap.
  22. Grimes, 1995.
  23. Ibid.
  24. Over het hindoeïstische beeld over de verbinding van atman met paratman, zie Donald Heinz: The Last Passage – Recovering a Death of Our Own. New York/ Oxford: Oxford University Press, 1999, p. 63 ff. Op de bodhicitta, zie Timo Schmitz: Buddhism for Overthinkers. Trier/ Vachendorf: Buddha TS Publishing, 2018, Chapter 12.
  25. Grimes, 1995.
  26. Schmitz, 2018/ 2021.
  27. Grimes, 1995.

Literatuur:

James AdamThe Republic of Plato. Cambridge: Cambridge University Press, 1902.

Pierre GrimesWisdom Literature in the Platonic Tradition. Lecture 13: Plotinus’ The Enneads – The Good or The One. Opening Mind Academy, 1995.

André De HalleuxPaul Aubin, Plotin et le christianisme. Triade plotinienne et Trinité chrétienne, 1992. In : Revue théologique de Louvain 25 (2), 1994, p. 239.

Paul KalligasThe Enneads of Plotinus: A Commentary, Volume 1. Translated by Key Fowden and Nicolas Pilavachi, Princeton/ Oxford: Princeton University Press, 2014.

Rachana KamtekarThe Power of Plato’s Tripartite Psychology. University of Arizona. http://www.u.arizona.edu/~kamtekar/papers/powers3rev.pdf(retrieved on 9 August 2018).

Gerhard Kittel; Gerhard Friedrich (eds.): Theological Dictionary of the New Testament: Abridged in One Volume. Translated by Geofrey Bromiley. Grand Rapids: William B. Eerdmans, 1985.

Sarah PessinIslamic and Jewish Neoplatonisms. In: Pauliina Remes; Svetla Slaveva-Griffin (eds.): The Routledge Handbook of Neoplatonism, London/ New York: Routledge, 2014, pp. 541-559.

Timo SchmitzIndividualism between Moral and Virtues, Government and Religion. Berlin, 2017, pp. 115-123.

Timo SchmitzShould there be a “Theory of Form of Ugly” in opposition to Plato’s “Theory of the Form of beauty”? (2016). In: Timo Schmitz: Selected English Articles, 2014-2017. Berlin: epubli, 2020.

Timo SchmitzThe human nature in the face of God (2017). In: Timo Schmitz: Selected English Articles, 2014-2017. Berlin: epubli, 2020.

Timo Schmitz: Differences and commonalities between the first half of Plato’s Timaeus and the Sefer Yetzira on their cosmological accounts of the beginning (2018). In: Timo Schmitz: Selected English Articles, 2018-2019. Berlin: epubli, 2021.

 Andrew SmithThe Pagan Neoplatonists’ Response to Christianity. In: The Maynooth Review / Revieú Mhá Nuad 14, 1989, pp. 25-41.

Gepubliceerd op 16 juli 2021.

Over de eenheid met God

Geschreven door Timo Schmitz. Vertaald uit het Engels. Originele titel: On the unity with God (11 May 2018). Kleine wijzigingen in deze versië.

In tijden van rationeel denken waarin alles wetenschappelijk aantoonbaar zal zijn, verliezen veel mensen de grond van de verbinding met de kosmos die onze voorouders goed kenden en evenals de gevestigde tradities in alle grote religies hebben gekend. De grond voor deze moderne vervreemding is het simpele feit dat er geen rationele verklaring is voor de eenheid met God en het kan niet worden verklaard met gewone taal. In de islam leidt het soefi-pad naar een eenheid met God waarin God echt kan worden gevoeld, ja zelfs geproefd (dauq). Deze vereniging kan ook worden waargenomen in de joodse mystiek waarin mensen de werelden en bewustzijnen transformeren om één te worden met God. Het vertoont nogal wat parallellen met de paratman in het hindoeïsme. En de mantrische meditatie van het boeddhisme waarin men zich de naam van Amitabha vele malen per dag herinnert, kan ook worden waargenomen in de zikr van de soefisten waar ze de namen van Allah reciteren. Het idee om één te worden met de kosmos is zelfs terug te vinden in de vroegste religies, zoals in het daoïsme waar de eenheid met de dao tot stand komt door energetische transformatie. Wat ze allemaal gemeen hebben, is hun acceptatie van meditatie om dieper naar binnen te gaan en verdere niveaus binnen te gaan.

Om de geest van God te voelen, moet men niet denken aan een zichtbare geest die mensen afschrikt of aan een abstract wezen dat afhankelijk is van onze gedachten als primair middel, maar eerder aan een “adem” of “wind” bekend als ruh in het Arabisch en ruah in Hebreeuws – en is in zekere zin gelijk aan de ziel, als levengevende essentie. Het idee dat God een waarneembare energie is, bestaat ook in het boeddhisme en in de bantu-tradities. In het daoïsme kan creatie met een dualistisch principe (yin en yang) worden verklaard, afhankelijk van hoeveel yin en hoeveel yang een bepaald ding bevaat, wat in de buurt komt van de platonische gedachte dat alles een bepaalde hoeveelheid van een idee bevat en we kunnen het idee begrijpen en weten dan wat het is. De dingen zijn slechts kopieën van de ideeën die vervolgens in onze wereld worden gekopieerd (het idee van de ronde + het idee van het rood = het idee van een rode bal). Yin en yang maken echter deel uit van de dao en alles wat wordt gecreëerd deelt een deel van de dao en dus één worden met de Dao betekent één worden met de hele wereld.

En verder is het niet verwonderlijk dat het boeddhisme, het hindoeïsme en het jodendom de verlichting actief uitdragen: in het Indiase boeddhisme als nirvana, in het Japanse boeddhisme als satori, in het hindoeïsme als moksha en in het jodendom waar staat et in de Sefer Ha-Bahir (het Boek der Verlichting). Duidelijkheid en een zuivere geest zijn inderdaad de erfenis van een goddelijke eenwording in alle religies. Joodse mystiek benadrukt dat God niet verandert, maar dat wij in plaats daarvan onze kijk op en perceptie van God veranderen, net zoals zonnestralen niet van de zon kunnen worden gescheiden. Daarom is het doel om zich met God te verenigen geen esoterische of magische claim, maar een wens die mensen op alle continenten en alle grotere religies hebben.

En alle religies hebben een sleutelfiguur die het hoofdidee heeft geplaveid om God te behagen. In het boeddhisme was Siddhartha Gautama de eerste die de weg naar verlichting leerde (ook al plaatst de boeddhistische mythologie anderen voor hem); in het daoïsme gaf Laozi (hoewel zijn historiciteit wordt betwist) verslag over hoe de dao werkt; in het jodendom gaf Mozes de geboden zodat de mens God behaagt, Jezus is de belangrijkste leraar in het christendom die als voorbeeld dient voor een goed leven dat gevolgd zal worden, en in de islam was Mohammed de eerste imam die openbaarde wat hem was gegeven door God. Zelfs Nietzsche wees erop dat het messiaanse idee uitdrukt dat iemand stierf voor de opstanding van anderen. Hij nam de zonden voor ons op zich. Voor hem is God gelijk aan onze voorouders terwijl zij vochten voor ons leven op aarde zoals het nu is en daarom staan ​​wij in hun schulden, die betaald moeten worden. Maar dit gaat niet ver genoeg. Het zou impliceren dat we in een op cultuur gebaseerde wereld leven en hij negeert het kosmopolitische karakter – niet van religies zoals hij zich de kosmopolitische component ervan realiseert – maar van de gelijkheid van mensen voor God. Alle belangrijke leraren die hierboven werden genoemd, bevestigden de gelijkheid van mensen. Siddhartha Gautama vocht tegen kasten, Mohammed en Jezus zeiden dat iedereen de weg naar God kan volgen en verdiensten kan verzamelen, en het daoïsme streeft naar vrede terwijl mensen worstelen vanwege ongelijkheid en machtshonger. Dus wat we kunnen zien is dat we niet één religie hoeven te kiezen. In plaats daarvan zullen we een leven leiden waarin we proberen zo dicht mogelijk bij God te komen. Veel mensen behoren formeel tot een religie, maar hun geloof is zwak. Maar iemand die geen aanhanger is van een religie, maar wel leeft volgens zijn bewustzijn om goed te doen in de zin van God, is een goed mens, net als een goede gelovige van welke religie dan ook. Daarom opent God zijn armen voor ons allemaal, op welk pad we hem ook proberen te bereiken. Er is de juiste weg voor iedereen, maar laten we in plaats van religie per se te ontkennen, proberen wijsheid te verzamelen om betere mensen te worden om God te vinden.

Gepubliceerd op 13 juli 2021.

Argumenten voor een eerste oorzaak en tegen toeval

Geschreven door Timo Schmitz. Vertaald uit het Engels. Originele titel:  Causing the first cause: The creation of such a perfect world shall be the result of many accidents? (21 April 2018). Kleine wijzigingen in deze versië.

Toen God de wereld schiep, was hij God? Zo ja, in welk rijk leefde hij toen hij begon te scheppen? En wat voor macht had hij? Schepte hij alles door zijn geest of was hij gewoon een onwetende God die iets schiep omdat hij het niet anders kon doen dan toen hij begon te scheppen? Als hij het onbewust deed, hoe kan hij dan God zijn? Wie stond er dan voor God dat God niets anders kon doen dan beginnen te scheppen? Maar aangezien God de allerhoogste is, kan er niets hoger zijn dan God. Hij zou echter niet alles zo perfect kunnen scheppen als hij geen plan had. God moet een geest hebben. En aangezien God perfect is, en mensen, dieren en al het andere niet, is alleen zijn schepping in zijn geest perfect, terwijl de rest gewoon goed is – om zo te zeggen bevredigend genoeg voor God. Het is duidelijk dat hoewel Gods schepping goed zou kunnen zijn, de schepping in zijn geest nog volmaakter moet zijn, aangezien God geen kwaad zou scheppen, omdat elk kwaad de algoedheid van God zou kunnen betwisten. Dus God zag dat zijn schepping goed was, die in het Hebreeuws “ki-tov” wordt genoemd. Dit op zichzelf goed zijn was de eerste oorzaak van alles. Dit betekent dat de ἀρχή (begin) door God is veroorzaakt en οὐσίαι (essenties) heeft voortgebracht die zich in zichzelf zou kunnen vermenigvuldigen.

Dit is duidelijk omdat alle dieren de mogelijkheid hadden om te nageslacht baren, alle planten droegen vruchten met zaden, dus als de schepping eenmaal is voltooid, herschept het zichzelf zonder de noodzaak van God. Dus God kan de oorzaak zijn, maar God hoeft niet elk deel van zijn schepping te vernieuwen, omdat dit op zichzelf gebeurt. Maar God krijgt het idee van de schepping niet uit het niets. Het betekent dat het idee er moet zijn geweest. Alle ideeën zijn er altijd geweest, het idee van het dunne, het idee van het dikke, het idee van het rood, het idee van de bal. Waarom? Want men kan het ‘rood’ niet beschrijven zonder te verwijzen naar een rood ding. Als men nog nooit iets roods heeft gezien, kan men niet weten wat rood is. Misschien schiep God het rood, maar toen maakte hij het rood van alle mogelijke variëteiten en ideale stoffen die het rood maken, wat duidelijk is omdat we stoffen en andere kleuren kunnen mengen om een ​​nieuwe kleur te maken. En zelfs de basiskleuren kunnen worden gewonnen uit stoffen die laten zien dat het rood er niet gewoon is en men neemt het, wat aantoont dat het rood niet het meest basale is. Hetzelfde geldt voor de smaak van een aardbei. Niemand weet hoe een aardbei smaakt zonder te verwijzen naar een echte aardbei. Maar we hebben geen aardbeien nodig om de smaak van aardbeien te imiteren, wat aantoont dat de smaak van aardbeien gewoon een andere combinatie van abstracte smaken is. Dit betekent dat er niet alleen de smaak is van de aardbei die God heeft geschapen, omdat de aardbei anders een individuele smaak zou hebben die niet verder te scheiden is, maar toen aardbeien werden gemaakt, werden de verschillende stoffen samengevoegd. Het idee moet echter al eerder hebben bestaan. Sterker nog, waarom zou God giftig voedsel creëren als hij niemand kwaad wil doen? Dit betekent dat de wereld die ki-tov is, verschillende toevalligheden moet hebben die iets schadelijks creëren. Zelfs het kwaad kan geen deel uitmaken van Gods plan, want in het begin is de wereld ki-tov, zo goed op zichzelf, en daarom was zelfs elk wezen een wezen dat op zichzelf goed was. Of om het met andere woorden te zeggen, God had de manier waarop een bepaald schepsel handelt kunnen beperken, zelfs de engelen hadden beperkte opties kunnen krijgen, zodat ze er niet eens aan zouden denken om God ongehoorzaam te zijn. Als God het ons niet onmogelijk heeft gemaakt om hem ongehoorzaam te zijn, hoe kunnen we dan spreken van een volmaakte God?

In het begin kwamen we erachter dat de schepping van God ki-tov is en dat alles wat erin bestaat op zichzelf ook goed is. Zelfs Khava dacht niet aan iets ergs toen ze de appel pakte, en Adam stond zelfs bij haar en vertelde God dat als zij gestraft wordt, hij ook gestraft moet worden, want hij kan niet zonder haar. We kwamen er ook achter dat er in het begin eeuwige ideeën waren. Ze waren er zelfs voor het universum en moeten in Gods rijk verblijven. Toen God al deze ideeën zag – en alleen God kan de ideeën in hun puurste vorm waarnemen, terwijl mensen niet eens in staat zullen zijn om aan de zuiverste ideeën te denken of zich deze voor te stellen – had hij een plan in gedachten om dingen te creëren uit deze ideeën. En hij begon het universum te creëren door materiaal te nemen en een oerknal of iets anders te veroorzaken, wat het begin was, en hij schiep het universum. Waarom moet het universum een begin hebben?

We kunnen er duidelijk van uitgaan dat alles wat bestaat in onze waarneembare wereld een begin moet hebben, omdat niets er voor altijd was en er voor altijd zal zijn, behalve het rijk waar God en zijn ideeën verblijven. God kan niet in het universum of het uitspansel verblijven zoals wij het zien, omdat anders het universum en het uitspansel voor God bestonden. Dus alles wat bestaat heeft een begin en een einde, behalve die dingen die gevonden kunnen worden in het rijk waar God woont. Misschien is wat we het paradijs noemen eigenlijk gewoon een ruimte vol ideeën? De perfecte ideeën waar we geen plan van hebben. Een wereld die zo perfect georganiseerd is en waar alles kan worden samengevat in fysieke formules, kan het het resultaat zijn van vele toevallige creaties? Blijkbaar niet! Anders zouden we waarschijnlijk drie handen hebben, ook al hebben we er maar twee nodig, of we zouden slechts één hand hebben, aangezien een toevallige creatie ons er net één heeft gegeven. En dieren zouden ook niet zo perfect geschapen zijn, net als de prachtige wezens in de heel erg diepe zee.

Maar aangezien geen mens volmaakt is, hoe zal de kerk God kunnen bereiken? Als God in een ander rijk woont, kan hij met ons communiceren met zijn δυνάμεις (krachten) maar hij kan niet elke prediker en elke volgeling verlichten; ze moeten zichzelf verlichten. Maar ze kunnen het plan van God nooit volledig begrijpen. Dit is de enige reden waarom shgia (fout), mogelijk is. Als shgia niet mogelijk is, waarom doen mensen dan allerlei vreselijke dingen met Gods schepping? Waarom vermoorden mensen elkaar? En waarom doen ze het zelfs in naam van religies? En waarom verwaarlozen ze andere mensen als ongelovigen?

Als God wilde dat iedereen in hem zou geloven, zou hij de mensen geen reden hebben gegeven om God te kunnen afwijzen. Waarom vermoorden mensen elkaar omdat ze aandringen op hun realiteit? En hoe weten ze dat hun realiteit echt is? Misschien is het hele leven maar een droom omdat alles zo perfect geregeld is en alles zo goed bij elkaar past. We vinden de liefde van ons leven en vergeven hun fouten en we voeden kinderen op en houden van ze om wie ze zijn. En elke boom, elke plant, elk leven heeft zijn perfecte cyclus. Misschien had Zhuangzi gelijk en leven we in een droom, en zelfs Al-Ghazali toonde twijfels over de realiteit. Hij stelde de vraag dat we op een dag wakker zouden worden en erachter zouden komen dat het leven een droom was zoals we elke nacht wakker worden uit onze dromen, waar we in de droom niet twijfelen aan onze realiteit. Misschien heeft God me van alles een droom gegeven om me voor te bereiden op mijn leven als ik wakker word.

Dus laten we langzaam onze argumentatie herhalen: in het begin waren er eeuwige ideeën. God gebruikte deze ideeën en creëerde een onvolmaakte kopie, maar deze onvolmaakte kopie was nog steeds ki-tov in al zijn vormen. Dus de schepping van God is ki-tov, en alles wat erin bestaat, is op zichzelf ook goed. Maar mensen stelden vragen die hun waarneembare wereld te boven gingen en creëerden kerken die hun enige recht opeisten. Ze zoeken met alle middelen die ze hebben naar Gods verlichting en proberen de openbaring door Gods dynames te vatten, aangezien niemand God ooit persoonlijk kan ontmoeten, althans niet het idee van God, maar ook een manifestatie door de kracht. Sommige religies hebben meerdere personificaties die teruggaan tot het Ene, zoals in het boeddhisme waar alle bodhisattvas verenigd zijn in Avalokiteshvara, die waarschijnlijk zelf een manifestatie is. In de islam geven mensen 99 namen aan God, die allemaal verwijzen naar het Ene. In India kan God zich in vele vormen openbaren, zelfs in dierlijke vorm om een ​​boodschap te geven. In het daoïsme is God niets anders dan een kracht – de zuiverste van alle dynames. Om deze reden is het niet rechtvaardig om te zeggen dat de ene religie beter is dan de andere, aangezien alle religies door God worden aanvaard. En binnen alle religies kunnen sommige mensen dichter bij God komen of juist verder weg. God zelf is echter universeel en goed.

Ook leerde Platoon dat God alleen goed kan zijn en dat God alleen verantwoordelijk is voor wat goed is. We kunnen God dus nooit de schuld geven van het slechte, want hij kan alleen maar goed zijn en we kunnen dus alleen maar klagen bij God over het goede, want alleen daarvoor is hij verantwoordelijk. Dit is geen wonder, want de schepping van God is ki-tov, en alles wat erin bestaat, is op zichzelf ook goed. Maar tegelijkertijd weten we dat er fouten in de wereld is, maar het is noch Gods schuld, noch een gevolg van de onvolmaakte kopieën van de ideeën, want hoewel ze onvolmaakt waren, was de kopie van de ideeën nog steeds goed.

Het resultaat van alle tragedies begint door imitatie, of zoals Al-Ghazali zei in zijn Bevrijding van dwaling, iedereen imiteert een ander. Christenen worden christenen omdat ze als zodanig zijn opgevoed, evenals joden en moslims, omdat ze hun tradities imiteren en wat hun wordt geleerd. Imitatie is op zich niet slecht en zelfs een basisinstinct, maar blind volgen kan slecht worden als men kiest de verkeerde te volgen. Dus hoe weten we echte kennis? Solomon ibn Gabirol beschrijft in Boek Een van zijn Fons Vitae dat alle dingen ofwel mogelijk zijn voor de mens om te weten en daarom onderworpen zijn aan de rede, ofwel dat ze onmogelijk te weten zijn, wat betekent dat ze buiten het onderwerp van de rede vallen. Natuurlijk is het doel van de mens om kennis te vinden en dus wat er van zichzelf en van andere dingen kan worden geweten. Wat de schepping betreft, stelt hij voor dat al het leven werd geschapen door het beredeneerde doel van het goddelijke. Dit betekent ook dat de vitale en levengevende essentie, die “ziel” wordt genoemd, een schepping van deze wil moet zijn en door de ziel komen we in de hogere wereld door haar bewuste bevrijding van de stoffelijkheid door kennis en actie. Zoals Ibn Gabirol spreekt over een beredeneerd doel van een Goddelijke, kunnen we de Goddelijke “God” noemen, en de voorgenomen wil “de geest van God” die de ideeën samenbracht om zijn schepping te creëren, die een onvolmaakte kopie is van Gods geest die is op zich goed en foutloos. Aangezien alles ‘dat is’ een begin moet hebben, moet het ook een schepper hebben, aangezien dit alleen ‘is’ omdat dat ‘is’ en niets onafhankelijk bestaat (vgl. yogacara-boeddhisme). God gaf mensen een ziel om dingen te leren en mensen hadden een eerste model op deze aarde, b.v. van een bank, maar de reproductie van de bank, die zelf slechts een onvolmaakte kopie is van het idee van een bank, kan geen nog betere bank creëren, maar een nog meer gebrekkige bank, omdat het een imitatie is van de eerste. De derde bank, die een imitatie is van de tweede, zal nog meer gebreken hebben. Het is het begin van fouten.

In het begin waren alle religies goed. Toen een boodschapper of filosoof God vond, liet hij anderen weten wat hij zag als een directe openbaring of een beredeneerde bevinding. Maar mensen wilden altijd de betere leraren zijn en interpreteerden en herinterpreteerden de wereld totdat renovaties de vele gebreken moesten corrigeren om terug te vinden naar het begin (vgl. de cirkel van komen en vernietigen in Machiavelli). Israël ben Eliëzer vertelde zijn volgelingen dat de weg naar eenheid met God niet afhangt van het uit het hoofd kennen van alle heilige teksten en een goede vrome studie, maar van een goed leven. Hij legde de nadruk op gehecht raken aan God (devekut) om zo dicht mogelijk bij God te komen. In feite is deze traditie te vinden in alle moderne religies. In het soefisme nemen mensen God waar via zikr en dauq, ze kunnen God en zijn liefde voelen en een bevestiging krijgen voor hun toewijding. God is in hen – ze zijn een deel van God. Nog verder richtten Israël ben Eliëzer en de eerste chassidische generatie zich op kanavah, de betrokkenheid van het hart tijdens het gebed. In feite worden meditatie en gebed geleverd in alle grote religies – in het jodendom, de islam, het christendom, het boeddhisme en het hindoeïsme.

Echter, stoffen zoals degenen die mensen samenstellen, produceerden zaden, en aangezien ze zich onafhankelijk ontwikkelen door zaden te geven in een heilige uitwisseling en eenheid, zelfs als de mens wordt gezien als een beeld van God, zorgt de onvolmaaktheid van de mens er ook voor dat mensen op aarde lijden en elkaar behandelen. andere slecht, omdat ze zelf gebreken hebben. Het boeddhisme vond manieren om een einde te maken aan lijden, de Abrahamitische religies vonden manieren om dichter bij God te komen, maar mensen, zo onvolmaakt als ze zijn, begaan altijd fouten en vergissingen. Deze shgia vormen het contrast met het onmetelijke goed, de ki-tov van de schepping zelf. God zelf is eerder degene die de mens uit de grot in Politeia bevrijdt om dichter en dichter bij de goddelijke waarheid te komen dan enig blind volgen, maar dit betekent niet dat het volgen van de openbaring slecht of een vergissing is. Zoals Francis Bacon in New Atlantis aantoonde, kunnen religies een goed doel hebben en in harmonie zijn met de wetenschap. Echter, nadat de eerste mensen waren geschapen, produceert de man zaden en geeft deze aan de vrouw in een heilige uitwisseling en eenheid om zich te reproduceren. De mens is een beeld van God, maar hij is onvolmaakt. De onvolmaaktheid van de mens veroorzaakt ook dat mensen op aarde lijden en elkaar slecht behandelen, omdat ze zelf gebreken hebben. Het boeddhisme vond manieren om een einde te maken aan lijden, de Abrahamitische religies vonden manieren om dichter bij God te komen, maar mensen, zo onvolmaakt als ze zijn, begaan altijd fouten en vergissingen. Deze fouten vormen het contrast met het onmetelijke goed, de ki-tov van de schepping zelf. God zelf is eerder degene die de mens uit de grot bevrijdt om dichter en dichter bij de goddelijke waarheid te komen dan enig blind volgen, maar dit betekent niet dat het volgen van de openbaring slecht of een vergissing is. Zoals Francis Bacon in zijn Nieuwe Atlantis aantoont, kunnen religies een goed doel hebben en in harmonie zijn met de wetenschap.

Gepubliceerd op 12 juli 2021